Zondag 31 Mei 2026 Show No. 1714
NIEUW (folkrock)
Moray, Jim - When I Was A Little Boy
- American Stranger
Van "Gallants" (Managed Decline (= eigen beheer), 2026)
De Britse folkzanger Jim Moray debuteerde in 2001 onopvallend met de EP "I Am Jim Moray", maar brak twee jaar later direct door met zijn eerste volledige album "Sweet England". Moray verstaat de kunst om traditionals zodanig met moderne instrumenten uit te voeren dat ze ook voor menig progressieve rockliefhebber interessant zijn. Hoewel hij daarna met gerenommeerde musici als Richard Thompson, Billy Bragg en Martin Simpson optrad, is hij als soloartiest na deze klapper vooral een cultartiest geworden die geheel zijn eigen weg bewandelt, wat onderstreept wordt door het feit dat hij zijn laatste drie platen in eigen beheer uitbracht. Zo ook het afgelopen maand verschenen "Gallants". Op één zelfgecomponeerd stuk na, plus een deels door hem geschreven nummer, zijn het wederom allemaal traditionele liederen. Sommige ervan worden vrij 'basic' uitgevoerd, terwijl songs als "When I Was A Little Boy" en "American Stranger" juist rijk gearrangeerd zijn. In eerstgenoemde track zitten prominente bijdragen van blazers, terwijl Moray in de tweede instrumenten als Mellotron, Hammered Dulcimer, Hurdy Gurdy en elektrische gitaren bespeelt. Die twee nummers hebben we van "Gallants" uitgekozen.Websites:
https://jimmoray.co.uk/
https://www.facebook.com/jimmoray.
HERUITGAVE
Jethro Tull – Heat (2026 drums)
Anderson, Ian – Elisabeth In White (2026 remix)
Jethro Tull – Different Germany/Thick As A Brick (reprise) (live)
Van de 5CD+Blu-ray-set “Under Wraps: The Unwrapped Edition / Walk Into Light” (Chrysalis, 1983/84 / 2026)
Ian Anderson is al jaren bezig met een grondig Jethro Tull-heruitgaveprogramma in de vorm van digibooks met op CD, Blu-ray en op papier alles wat er qua muziek, beeld en herinneringen van alle betrokkenen valt te docmenten over de totstandkoming en tournees van alle albums. We zijn nu toegekomen aan wat wellicht het meest controversiële album is onder de Tull-fans en velen waren dan ook benieuwd hoe de heruitgave aangepakt zou worden. We hebben het hier over “Under Wraps”. Deze plaat uit 1984 werd namelijk na het vertrek van Gerry Conway opgenomen zónder drummer en dus met geprogrammeerde ritmes. En velen vonden dat nogal vloeken met de muzikale vocabulaire van Jethro Tull. Nu was Anderson al even aan het experimenteren met nieuw beschikbare digitale technologie en met de mogelijkheid om op te nemen in zijn thuisstudio. Met de jonge synthesizerwizard Peter-John Vettese die debuteerde op voorganger “The Broadsword And The Beast” had hij daar de ideale partner voor, die zich voor het gemak zelfs vestigde op de zolder van Andersons huis. Anderson besloot na het genoemde album de verdere stappen op dit nieuwe terrein te zetten middels een solo-album, waar Vettese dus ook een groot aandeel in had. Het tweetal kon wanneer het maar wilde in de thuisstudio uitgebreid opnemen en experimenteren. Dit leidde tot “Walk Into Light” dat november 1983 verscheen, vlak nadat Dave Pegg en Martin Barre zich intussen ook in de studio gemeld hadden om aansluitend aan “Under Wraps” te gaan werken. Die opnamen waren nog in volle gang toen voorjaar 1983 de uit de V.S. overgevlogen drummer Duane Perry werd geauditeerd én aangenomen. Toch werden de opnamen voortgezet volgens het originele idee, met geprogrammeerde drums dus, omdat men dit nu eenmaal bij het karakter van de nummers vond horen. “Under Wraps” verscheen uiteindelijk in september 1984 toen de begeleidende tournee al begonnen was. Hoewel er veel kritiek kwam op het 'plastic' drumgeluid geldt voor zowel “Walk Into Light” als “Under Wraps” dat ze blijk geven van veel creativiteit. Ze zijn ook qua compositiestijl duidelijk anders dan eerder Tull-werk: eerdere flirts met bluesrock, folkrock en progrock hebben plaatsgemaakt voor een wel degelijk progressieve new wave-vibe. De veelal compacte songs zitten vol inventieve en soms ook erg geestige keyboardloopjes, soundjes en achtergrondstemmetjes. Vettese geeft in het boekwerk meerdere malen aan dat zowel hij als Anderson erg onder de indruk waren van Thomas Dolby, vooral nadat ze samen een concert van hem hadden bezocht. Vettese vindt zelf dat de Dolby-invloeden er hier en daar té dik bovenop liggen. Ook Barre heeft zijn stijl gemoderniseerd maar krijgt tussen de vaak dominante synths van Vettese wel degelijk ruimte voor fraaie en subtiele solo's en Pegg legt regelmatig een ferme basis met een karakteristieke baslijn. Voor deze 2026-versie stapte Anderson naar beoogde remixer Bruce Soord met het idee alsnog akoestische drumtracks op te nemen. Soord is de enige die hier in het 100 pagina's dikke boekwerk over uitwijdt en geeft aan dat er daadwerkelijk een begin was gemaakt hiermee, maar het werkte niet. En het is ook niet nodig, leggen zowel Soord als Perry uit. De geprogrammeerde patronen waren namelijk stuk voor stuk erg sterk: het was voor Perry nog een hele tour om die in 1984 live te kunnen spelen. En dus werd er gekozen om niets aan de programmering te veranderen maar alleen de originele 'eighties'-sounds te vervangen door natuurlijker en warmer klinkende trommel- en bekkengeluiden. En dat werkt uitstekend! Op de CD's en de Blu-ray staan ook de (verder wel door Soord geremixte) originele versies, maar na een paar minuten aftasten gingen we al snel weer terug naar de 2026-variant. En dan uiteraard in multichannelmix: de albums zijn zowel in Dolby Atmos- als Dolby Surround 5.1-mix te beluisteren. En dan vallen al die genoemde stemmen en geluidjes die je dan rondom hoort ineens erg goed op. Naast beide albums in oude en nieuwe versie zijn er uit beide sessies ook 'associated recordings', ofwel de b-kantjes en rarities. Hier worden ook de vier nummers onder geschaard die wel op de cassette- en latere CD-versie van “Under Wraps” prijkten maar afvielen voor de oorspronkelijke LP. Op de Blu-ray zijn zelfs 'early sessions' toegevoegd die nergens in het boek worden genoemd! Wat de Blu-ray in tegenstelling tot eerdere Tull-heruitgaves dan weer niet heeft is veel beeld: met één videoclip en een korte tourpromo is de koek op. Wel is als vijfde CD “BBC Live At The Hammersmith Odeon 1984” toegevoegd. Deze radiotranscriptie is echter al eerder uitgebracht en laat ook hier weer niet het complete concert horen (die is alleen op bootleg te vinden). De mix is daarnaast nogal indirect: blijkbaar was hier alleen een stereomaster van beschikbaar en kon er weinig aan gesleuteld worden. Wel leuk om te horen hoe Vettese live met het klassieke Tull-materiaal omgaat. In “Locomotive Breath” weet hij bijvoorbeeld een thema uit Frankie Goes To Hollywoods toenmalige hit “Relax” te verwerken. In de finale wordt het instrumentale deel van de “Walk Into Light”-track “Different Germany” effectief gebruikt (detail: het lijkt enigszins op een stukje uit Frank Stallone's “Far From Over”, maar dat verscheen maanden later dan “Walk Into Light”; wel grappig dat de sessiedrummer op die filmhit Doane Perry was!). Ook op de studioplaat stopt hij zijn solo's vol aanstekelijke loopjes en vondsten, zoals duidelijk blijkt uit “Heat” dat besluit met virtuoze gitaarfrases van Barre, die helaas wel verdwijnen met een fade-out. Uit de “Walk Into Light”-sessies kiezen we het bijzonder genoeg nooit uitgebrachte “Elisabeth In White”, dat volgens Anderson klinkt als 'Bryan Ferry meets Ultravox'. Het is wel weer een fraai voorbeeld van het rijke toetsenpalet van Vettese, met zowel naar Yamaha CS80 klinkende brasssounds en orgel als volle elektrische piano-akkoorden.Websites:
https://jethrotull.com/
https://www.facebook.com/officialjethrotull.
NIEUW
BRØNS - Nameless Fear
– I Will Go
Van “The Fellowship” (eigen beheer, 2026)
Dave Brons introduceert zich op zijn website als maker van Celtic progrock. In 2020 schopte zijn tweede studio-album "Not All Those Who Wander Are Lost" het tot Album van de Maand, waarbij we het virtuoze gitaarspel van de Brit bejubelden. Afgelopen maand verscheen zijn vierde wederom op Tolkiens werk gebaseerde album “The Fellowship”. Dat het werk hieraan een aantal jaren in beslag nam, werd mede veroorzaakt door het feit dat er tussentijds ook nog een live-registratie verscheen op Blu-Ray en CD. Net als op de voorgaande albums is zangeres Sally Minnear weer van de partij. Andere terugkerende vaste krachten zijn drummer John Biglands en multi-instrumentalist Daniel Day. Vooral laatstgenoemde heeft een belangrijk aandeel in de arrangementen middels spel op o.a. diverse traditionele Ierse fluiten als de tin whistle. Dat dit echt een groepsproduct is, dat met compositorische bijdragen van de medeleden tot stand is gekomen, komt tot uitdrukking in het feit dat “The Fellowship” verschijnt onder de bandnaam BRØNS. Een van de meest noemenswaardige gasten is Troy Donockley die aantal nummers verrijkt met zijn Uilleann pipes-spel. En we moeten vooral vaste co-producer Dave Bainbridge niet vergeten. Wie de voorgaande albums kent, weet dat Brons de nodige gitaarcapriolen uithaalt, maar toch vooral een muzikale reis voorschotelt waar de Keltische invloeden vanaf druipen. Dat is deze keer niet anders, maar die invloeden overheersen niet. “The Fellowship” gaat gelijk voortvarend van start met stevig en snel gitaarwerk dat ons aan Nightwish deed denken: hier treedt derhalve Brons' ervaring in heavy metal naar voren. De verhalen van “The Lord Of The Rings” zijn natuurlijk al vaak naar muziek vertaald. Het is dan ook een uitdaging om de luisteraar hierop nét een andere manier in mee te nemen en daar de dynamiek in te houden. BRØNS is dat overtuigend gelukt. Naast de stevige stukken muziek waarbij we moeten denken aan achtervolgingen of vechtscènes zijn er de momenten van bezinning of juist vreugde. Voor dat laatste is soms zelfs een koor ingeschakeld. Na een aantal luisterbeurten zijn we ervan overtuigd dat “The Fellowship” een van Brons’ meest geslaagde projecten is. Maar oordeel vooral zelf, we hebben twee stukken uitgekozen en we knallen er gelijk lekker in met “Nameless Fear” en nemen dan wat gas terug met “I Will Go”, dat een heerlijk gitaar/toetsenduel bevat alsmede mooi spel op Uilleann pipes., hier nu eens niet door Donockley maar door Catherine Ashcroft.
Websites:
https://www.davebrons.com/
https://www.facebook.com/DaveBronsMusic
https://davebrons.bandcamp.com/album/br-ns-the-fellowship.
NIEUW
Phaedrus - Alcyone
Van "Pleiades Suite" (Vessence Experimental, 2026)
Phaedrus is een in 2016 opgezet Spaans project van multi-instrumentalisten César G. Forero, Carlos G. Plaza en Victor Rodriguez. De eerste twee zijn eveneens lid van de door de Venezolaan Plaza opgerichte symfonische rockband Kotebel, terwijl Rodriguez speelt in het door R.I.O., progressieve rock en fusion geïnspireerde October Equus. Na twee alleen voor inschrijvers beschikbare downloads in 2017 (de track "The Emperor" en het album "Tripych") debuteerde het project onlangs pas echt met het conceptalbum "Pleiades Suite". De CD is gebaseerd op de in de Indiase beschaving verzinnebeeldde zeven moedergodinnen ("De Zeven Gezusters"), die op hun beurt weer hun oorsprong hebben in het Zevengesternte in het sterrenbeeld Stier. Gezien de achtergrond van de musici is het niet verwonderlijk dat de, uiteraard, zeven composities bol staan van invloeden uit de klassieke muziek en dan vooral de Franse muziek uit begin vorige eeuw. Ze geven zelf aan gedreven te worden door componisten als Ravel, Debussy, Faure en Poulenc. De zwaar georkestreerde stukken worden gekenmerkt door talloze thema's en variaties, terwijl slepende gitaarsolo's voor de belangrijkste melodielijnen zorgen. Je zou de muziek van Phaedrus kunnen omschrijven als een mix tussen The Enid en een minder op percussie gericht orkestraal Isildurs Bane. Oordeel zelf met het beluisteren van het nu volgende "Alcyone".
Websites:
https://phaedrus.es/
https://www.facebook.com/phaedrusmusicjournal
https://vessence-e.bandcamp.com/album/pleiades-suite
https://phaedrusmusicjournal.bandcamp.com/music (voor het in 2017 uitgebrachte werk).
50 JAAR / JAZZROCK
Colosseum II – Secret Places
Van "Strange New Flesh" (Bronze, 1976 / Castle, 2006 / Esoteric Recordings, 2012)
"Strange New Flesh" was het debuutalbum van de Britse jazzrockgroep Colosseum II en is dit jaar alweer 50 jaar oud. Bandleider was Jon Hiseman, die de naam Colosseum natuurlijk al eerder aangewend had. Maar als er al jazzrock was te ontwaren in de vooral als proto-prog te kenschetsen muziek van die eerste line-up, laat Colosseum II een veel virtuozere en progressievere stijl horen, waaruit de bluesinput helemaal verdwenen was. Die stijl sluit aan bij de hypertechnische kunsten van Mahavishnu Orchestra en Return To Forever in diezelfde tijd. Toetsenist Don Airey liet hier eens te meer zijn keyboardcollectie schitteren, terwijl gitarist Gary Moore in deze groep op z'n meest virtuoos en lyrisch klonk. De line-up op dit eerste album werd naast de genoemde Hiseman Airey en Moore gecompleteerd door bassist Neil Murray en zanger Mike Starrs. Beiden hielden het maar één album vol, want op de twee opvolgende albums was John Mole te horen op bas en bleek er geen nieuwe zanger aangetrokken. De kracht van de band komt toch vooral naar voren in het instrumentale aspect. Hoewel er geen plaat meer verscheen na het derde album “Wardance”, was Colosseum II in 1978 nog wel actief, als begeleidingsband van cellist Julian Lloyd Webber op diens album "Variations". Beroemde broer Andrew 'slokte' vervolgens de ritmesectie op voor de vaste band bij zijn musicals, om te beginnen "Cats". Airey stapte over naar Rainbow, terwijl Moore toetrad tot Thin Lizzy. En Hiseman stak veel energie in het multinationale The United Jazz+Rock Ensemble om jaren later grotendeels de originele Colosseum-bezetting weer bijeen te roepen. Murray was na "Strange New Flesh" overigens toegetreden tot National Health maar maakt daarna de overstap naar Whitesnake, om later een van de vaste krachten in Gary Moore's bands te worden.
Websites:
https://www.progarchives.com/artist.asp?id=785
https://www.facebook.com/ColosseumJazzBand/.
NIEUW
Legacy Pilots - So Obvious While Obscure
Van "Camera Obscura Volume II" (eigen beheer, 2026)
Legacy Pilots heeft sinds 2018 vijf studio-albums en een live-registratie uitgebracht. Je zou misschien verwachten dat er door bandleider Frank Us inmiddels wat gas teruggenomen zou worden, maar zijn creatieve energie lijkt niet te stoppen. Begin deze maand verschenen er namelijk zowaar tegelijkertijd twee nieuwe albums! “Camera Obscura Volume I” en “Camera Obscura Volume II” zijn óf los van elkaar of als bundel op zowel CD's als LP's te bestellen. Het mooie is dat beide albums ook echt wel een eigen sfeer hebben. Volume II is wat steviger, donkerder en progressiever, terwijl Volume I melodieuzer is en ook wat toegankelijker lijkt te zijn. Let wel: het geheel laat wederom de inmiddels klassieke Legacy Pilots-sound weerklinken: klassieke symfo met hier en daar lichte AOR-neigingen.
Frank Us tekent zelft voor alle toetsen en het merendeel van de gitaarpartijen, waarbij de nodige terugkerende vaste gasten hem verder bijstaan: drummers van dienst zijn Marco Minnemann en Todd Sucherman (Styx), bassist is Lars Slowak en vocalen worden verzorgd door Us zelf, maar vooral ook door Finally George (Georg Hahn), John Mitchell (Arena, Frost*, Lonely Robot), Jake Livgren (Emerald City Council, neefje van...). En die laatste heeft, nemen wij aan, ook het contact gelegd met diens bandgenoot Seth Hankerson, die een paar puike gitaarsoli aflevert op beide albums. En aldus vormen ze samen een ware aanwinst in de toch al uiterst sterke discografie van Legacy Pilots. Vanavond aandacht voor Volume II in de vorm van de instrumentale slottrack van dat album, “So Obvious While Obscure”.
Websites:
https://www.legacypilots.com/
https://www.facebook.com/FrankUsFlightCaptain
https://legacypilots.bandcamp.com/album/camera-obscura-vol-ii.
NIEUW / LIVE-TIP
Soord, Bruce – Stared Down
Van “Ghosts In The Park” (Kscope, 2026)
Eerder in deze uitzending hoorde u door Bruce Soord onder handen genomen muziek van Jethro Tull. Het maken van meerkanaals mixen is niet de enige activiteit die Soord buiten The Pineapple Thief om verder ontplooit. Zo maakte hij in 2013 een duo-album met Katatonia-frontman Jonas Renske onder de naam Wisdom Of Crowds en sinds 2015 brengt de Brit met enige regelmaat een solo-album uit. Zijn vierde, “Ghosts In The Park”, verscheen twee weken geleden. Uiteraard is ook hiervan een deluxe editie met meerkanaals mixen op bijgevoegde Blu-ray (die niet los verkrijgbaar is) van uitgebracht. De muziek is verstilder dan die van The Pineapple Thief. Uitgangspunt van de songs is steeds een akoestische gitaartokkel en als zanger zit Soord soms tegen het fluisteren aan. Diverse songs kennen echter wel een uitbarsting middels een soms zielsnijdende elektrischegitaarsolo. Er zullen echter waarschijnlijk wel liefhebbers van het bandmateriaal zijn die “Ghost In The Park” toch wat te weinig dynamisch vinden. Live doet Soord het niet helemaal in z'n eentje, The Pineapple Thief-bassist John Sykes vergezelt hem bij de handvol optredens die op het program staan, zoals aanstaande donderdag 4 juni in Poppodium Boerderij te Zoetermeer. Op 21 juni zal hij trouwens ook aantreden tijdens Midsummer Prog in Maastricht. We nemen aan dat Sykes er dan ook gewoon bij is. Wij gaan luisteren naar “Stared Down” (op Soords eigen Bandcamp-kanaal gespeld met een 't' teveel!), met misschien wel de fraaiste solo van de plaat als uitsmijter.
Websites:
https://brucesoord.com/
https://www.facebook.com/bsoord
https://brucesoord.bandcamp.com/album/ghosts-in-the-park.
PROG MET ORKEST / LIVE-TIP (wel uitverkocht)
Hackett, Steve with Genesis Revisited Band & Orchestra - In That Quiet Earth (live)
- Afterglow (live)
Van "Genesis Revisited Band & Orchestra: Live At The Royal Festival Hall" (InsideOut/Sony Music, 2019)
In oktober 2018 nam Steve Hackett het besluit om een toernee op poten te zetten waarbij hij zijn eigen werk én klassiekers uit zijn tijd bij Genesis met zijn band zou gaan spelen, maar dan aangevuld met een orkest. Het idee kwam van de optredens die Jon Anderson en later ook hijzelf deed met de IJslandse band Todmobile, waarbij er ook een orkest werd ingezet. Voor een deel gebruikmakend van de arrangementen die daarvoor waren gemaakt vroeg Hackett vervolgens dirigent Bradley Thachuk en diens broer Steve voor het bijschaven daarvan, plus nog wat extra arrangementen zodat er een avondvullend programma kon worden gespeeld. Nadat de tournee door de UK werd aangekondigd was deze in een mum van tijd uitverkocht. Het concert op 5 oktober 2018 in de Londense Royal Festival Hall werd vervolgens integraal opgenomen voor release, een jaar na dato, op CD's en Blu-ray. Nou heeft Hackett in de loop der tijd al heel wat live-sets uitgebracht maar door de inbreng van het orkest is deze specifieke toch wel een kleine aanrader te noemen. Niet dat de orkest-arrangementen nu zo inventief zijn: het orkest wordt als het ware gebruikt als een soort Mellotron-uitvergroting. Dus dik aangezette strijkers en blazers die als extra laag achter en over Hackett's band spelen. Dat voegt aan de geijkte nummers een flinke dosis bombast toe, wat bijvoorbeeld in Hacketts eigen “Shadow Of The Hierophant” opbouwt tot een gigantische klankmuur. Die gaan we vast nog wel eens een keer laten horen, maar voor vanavond kiezen we voor het tweeluik “In That Quiet Earth” / “Afterglow”, oorspronkelijk van het laatste album waar Hackett aan bijdroeg: “Wind & Wuthering” (1977). Overigens, na deze orkesttoernee in 2018 verliet langdienende drummer/zanger Gary O'Toole Hacketts band en werd hij opgevolgd door Craig Blundell (Frost*, Steven Wilson). De volgende ingrijpende wijziging is van recente datum, omdat Hacketts vaste compagnon Roger King het rustiger aan gaat doen en Blundell tegelijkertijd ook stopte – althans met werk voor Hackett. De vervangers lijken beiden te komen uit de Rolodex van bassist Jonas Reingold, namelijk respectievelijk toetsenist Lalle Larsson (nu ook in The Flower Kings) en drummer Felix Lehrmann (ooit ook The Flower Kings-lid). Deze bezetting staat vanavond in Poppodium Boerderij in Zoetermeer en is morgen, maandag 1 juni, nog te aanschouwen in TivoliVredenburg, Utrecht. Tenminste: als je daar kaarten voor hebt, want dat concert is uitverkocht.
Websites:
https://www.hackettsongs.com/
https://www.facebook.com/stevehackettofficial.
HEROPNAME
Leviathan [IT] - Up We Go!
Van het album “Heartquake / Redux” (AMS Records, 2024)
Leviathan is één van de oudste neo-progbands van Italië. De band werd in 1985 in Rome opgericht en nam klassieke neo-progbands als Marillion, Pendragon, IQ, Pallas en Twelfth Night als voorbeeld. Het kwintet nam in 1988 in slechts vijf dagen het debuut “Heartquake” op met weinig middelen, maar wel blijk gevend van sterke ideeën in zes composities met Engelstalige teksten. Er verschenen hierna nog twee albums: het eveneens Engelstalige ”Bee Yourself” in 1990 en het volledig in het Italiaans gezongen “Volume’’ in 1997. In 2024 was er ineens “Heartquake / Redux”: niet zozeer een nieuw album maar wel een nieuwe opname, die een herinterpretatie laat horen van het toen 36 jaar oude debuut. Uiteraard zijn er in die tijd veel veranderingen geweest. Om te beginnen zijn zanger Alex Brunori en percussionist Andrea Monetta de enige leden die alle vier decennia hebben meegemaakt. Andrea Amici (keyboards) is erbij sinds “Bee Yourself”, terwijl bassist Andrea Castelli en gitarist Fabio Serra debuteren op deze 'redux'. Zanger en tekstschrijver Alex Brunori is ook verantwoordelijk voor het fraaie artwork. Voor een heropname werd gekozen omdat in 1988 als gevolg van de beperkte middelen de zorg en aandacht voor details niet mogelijk waren. Wij gaan luisteren naar “Up We Go!”.
Websites:
https://leviathan-ams.bandcamp.com/album/heartquake-redux
https://www.facebook.com/leviathanprog
https://www.progarchives.com/album.asp?id=84214.
Thorne, Steve – These Clowns
Van “Malice In Plunderland” (White Knight Records, 2023)
Steve Thorne is een productieve zanger, multi-instrumentalist en songwriter uit Engeland. Thorne's werk was altijd al politiek geëngageerd en maatschappijkritisch. Uit de titel van zijn creatief getitelde zevende album “Malice In Plunderland” dat drie jaar geleden verscheen, kun je al opmaken dat dit zeker niet minder is geworden. Ook deze plaat is weer opgenomen en geproduceerd door Rob Aubrey. Thorne bespeelt veel zelf, maar voor de drums heeft hij zo z'n connecties: de vaak spetterende partijen zijn afwisselend van Nick D'Virgilio (Big Big Train, etc.) en vaste Cosmograf-drummer Kyle Fenton. Daarnaast is de enige andere muzikant leadgitarist Geoff Lea. Thorne heeft een collectie pakkende songs geschreven, ergens tussen melodieuze rock en neoprog in. Regelmatig opduikende korte geluidssamples, onder andere uit een speech van Donald Trump, vormen een extra rode draad. Na “Malice In Plunderland” bracht Thorne in 2025 via Bandcamp de 32 minuten lange track “ Moonwater” uit. De ondertitel van dit downloadalbum is “The Prequel to “Levelled (Emotional Creatures Part 3)” and “Malice In Plunderland””. Thorne zelf hierover: het is een soort meditatie-oefening waarbij je met een kop koffie of thee en een jointje voor kunt gaat zitten. Het ambienteske stuk komt het best tot z'n recht bij beluistering op een hoofdtelefoon. Er zijn veel geluiden en effecten die constant veranderen. Niet echt geschikt voor onze uitzending, maar we geven u op de website de link om zelf de ervaring te ondergaan. Wij gaan echter terug naar 2023, naar “Malice In Plunderland”, met het nummer “These Clowns”.
Websites:
https://www.steve-thorne.co.uk/
https://stevethorne1.bandcamp.com/
https://stevethorne1.bandcamp.com/album/moonwater.
50 JAAR
Alquin - Take Any Road
Van het album “Best Kept Secret” (Polydor, 1976)
De basis van Alquin ontstond in 1970 toen saxofonist/fluitist Ronald Ottenhoff, toetsenist Dick Franssen en zanger, saxofonist en percussionist Job Tarenskeen, allen student aan de Technische Universiteit in Delft, feestjes opluisterden met een pittige dosis rhythm & blues. Niet veel later voegden gitarist/violist Ferdinand Bakker, bassist Hein Mars en, in 1971, slagwerker Paul Weststrate zich bij de jonge formatie. Aan het eind van dat jaar werd besloten tot naamswijziging naar Alquin: vrij naar Alcuin, het voormalige klooster en weeshuis in het historische centrum van Delft, waar de band repeteerde. Al in 1972 volgde een optreden in de hoofdstedelijke poptempel Paradiso. De snel aanwakkerende belangstelling leverde een platencontract op bij het grote Polydor.
Eind jaren '70 hielden de heren het voor gezien, maar de groep maakte in 2003 een succesvolle comeback. Eerst met oud materiaal, maar uiteindelijk verschenen er ook twee albums met nieuw werk met een wat bluesier geluid dan we gewend waren. Toen Alquin in 2013 stopte met optreden, pakten zanger Michel van Dijk en gitarist Ferdinand Bakker door met Lone Project, ook wel gewoon kortweg Lone. Er verschenen in totaal 6 studio-albums, twee live-albums en tien compilaties van Alquin. Wij gaan met het vierde album “Best Kept Secret” 50 jaar terug in de tijd. Op deze plaat werd de vertrouwde progressieve rock aangevuld met invloeden uit funk, die toen zeer populair was. Dit resulteerde in toegankelijke, swingende en 'groovende' symfo-rock. Ondanks positieve kritieken bleek het wel slotstuk: na het in hetzelfde jaar 1976 verschenen “Alquin On Tour” bleek de koek op en moesten we decennialang wachten op nieuw werk.
Websites:
https://alquin.org/
https://www.facebook.com/alquinband.















